25 procent van de volwassen populatie heeft in zijn of haar leven te maken met knieklachten die een nadelig effect hebben op het dagelijks functioneren en op de kwaliteit van leven. De oorzaken van kniepijn kan worden onderscheiden op basis van het verhaal, klinisch onderzoek en beeldvorming. Er wordt met name een verschil gemaakt tussen knieklachten die acuut ontstaan na een trauma en chronische klachten ten gevolge van overmatig gebruik. Patiënten die kniepijn hebben tijdens lopen, ’s nachts wakker worden van de pijn of startproblemen hebben, hebben vaak te maken klachten ten gevolge van slijtage van de knie. Knieklachten na een rotatiebeweging, doorzakken van de knie, blokkadeklachten worden meestal veroorzaakt door een acuut ontstaan trauma in de knie. Herkent u een van bovenstaande klachten of heeft u andere knieklachten, zoals zwelling of pijn? Grote mogelijkheid dat u een behandelbare knieafwijking heeft. De associatie orthopedie van het St Trudo Ziekenhuis heeft gespecialiseerde orthopedisch chirurgen die onderzoek zullen doen en u de mogelijke behandelopties zullen uitleggen. Hieronder kunt u verdere informatie vinden over de knie, aandoeningen rond de knie en behandelingen.

Onze specialisten
Klik op een van onderstaande artsen voor meer informatie
BESCHRIJVING

Anatomie van de knie

Het kniegewricht bestaat uit 2 scharnierende botuiteinden: het bovenbeen/dijbeen (femur) en het onderbeen/scheenbeen (tibia). De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Bij een gezond gewricht is dit gewrichtskraakbeen dik en de eigenschappen van kraakbeen zorgen ervoor dat de botuiteinden soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen doordat kraakbeen 10x zo glad over elkaar glijdt dan ijs over ijs. Kraakbeen heeft daarnaast een schokdempende werking waardoor grote krachten opgevangen worden. Het kniegewricht is een gewichtsdragend gewricht dat afhankelijk van de activiteit 2-3 keer (bij stappen) tot zelfs 6-8 keer (hardlopen) het lichaamsgewicht van een persoon draagt.

De knie wordt omgeven door het kapsel dat bekleedt is met slijmvlies. Slijmvlies maakt het gewrichtsvocht aan dat noodzakelijk is voor het soepel bewegen van de knie.

Aan de voorzijde van de knie bevindt zich de knieschijf (patella, die verbonden is aan het strekapparaat van de knie (bovenbeenspieren en knieschijfpees). De knieschijf heeft een katrolfunctie en speelt een belangrijke rol in de krachtverdeling bij buigen en strekken van de knie.

Tussen de botuiteinden van het kniegewricht bevinden zich de binnen- en buitenmeniscus. De meniscus heeft diverse functies: schokabsorptie, stabiliteit en verdeling van gewrichtsvloeistof in de knie.

De stabiliteit van de knie wordt verzorgd door een complex van kniebanden. In grote lijnen zijn deze kniebanden te verdelen in kruisbanden en zijbanden van de knie. De kruisbanden lopen in het midden van de knie. Er is een voorste en een achterste kruisband. De kruisbanden zijn vooral verantwoordelijk voor de draaistabiliteit, de voorachterwaartse stabiliteit en voor de zogenaamde pivoterende stabiliteit.

De zijbanden van de knie (collateraalbanden) aan de binnen- en buitenzijde van de knie zorgen voor de zijdelingse stabiliteit.

Anatomie van de knie

Het kniegewricht bestaat uit 2 scharnierende botuiteinden: het bovenbeen/dijbeen (femur) en het onderbeen/scheenbeen (tibia). De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Bij een gezond gewricht is dit gewrichtskraakbeen dik en de eigenschappen van kraakbeen zorgen ervoor dat de botuiteinden soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen doordat kraakbeen 10x zo glad over elkaar glijdt dan ijs over ijs. Kraakbeen heeft daarnaast een schokdempende werking waardoor grote krachten opgevangen worden. Het kniegewricht is een gewichtsdragend gewricht dat afhankelijk van de activiteit 2-3 keer (bij stappen) tot zelfs 6-8 keer (hardlopen) het lichaamsgewicht van een persoon draagt.

De knie wordt omgeven door het kapsel dat bekleedt is met slijmvlies. Slijmvlies maakt het gewrichtsvocht aan dat noodzakelijk is voor het soepel bewegen van de knie.

Aan de voorzijde van de knie bevindt zich de knieschijf (patella, die verbonden is aan het strekapparaat van de knie (bovenbeenspieren en knieschijfpees). De knieschijf heeft een katrolfunctie en speelt een belangrijke rol in de krachtverdeling bij buigen en strekken van de knie.

Tussen de botuiteinden van het kniegewricht bevinden zich de binnen- en buitenmeniscus. De meniscus heeft diverse functies: schokabsorptie, stabiliteit en verdeling van gewrichtsvloeistof in de knie.

De stabiliteit van de knie wordt verzorgd door een complex van kniebanden. In grote lijnen zijn deze kniebanden te verdelen in kruisbanden en zijbanden van de knie. De kruisbanden lopen in het midden van de knie. Er is een voorste en een achterste kruisband. De kruisbanden zijn vooral verantwoordelijk voor de draaistabiliteit, de voorachterwaartse stabiliteit en voor de zogenaamde pivoterende stabiliteit.

De zijbanden van de knie (collateraalbanden) aan de binnen- en buitenzijde van de knie zorgen voor de zijdelingse stabiliteit.

Lees meer
Algemene informatie
+

Anatomie van de knie

Het kniegewricht bestaat uit 2 scharnierende botuiteinden: het bovenbeen/dijbeen (femur) en het onderbeen/scheenbeen (tibia). De uiteinden daarvan zijn bedekt met een laagje kraakbeen, zodat de knie soepel beweegt. Bij een gezond gewricht is dit gewrichtskraakbeen dik en de eigenschappen van kraakbeen zorgen ervoor dat de botuiteinden soepel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen doordat kraakbeen 10x zo glad over elkaar glijdt dan ijs over ijs. Kraakbeen heeft daarnaast een schokdempende werking waardoor grote krachten opgevangen worden. Het kniegewricht is een gewichtsdragend gewricht dat afhankelijk van de activiteit 2-3 keer (bij stappen) tot zelfs 6-8 keer (hardlopen) het lichaamsgewicht van een persoon draagt.

De knie wordt omgeven door het kapsel dat bekleedt is met slijmvlies. Slijmvlies maakt het gewrichtsvocht aan dat noodzakelijk is voor het soepel bewegen van de knie.

Aan de voorzijde van de knie bevindt zich de knieschijf (patella, die verbonden is aan het strekapparaat van de knie (bovenbeenspieren en knieschijfpees). De knieschijf heeft een katrolfunctie en speelt een belangrijke rol in de krachtverdeling bij buigen en strekken van de knie.

Tussen de botuiteinden van het kniegewricht bevinden zich de binnen- en buitenmeniscus. De meniscus heeft diverse functies: schokabsorptie, stabiliteit en verdeling van gewrichtsvloeistof in de knie.

De stabiliteit van de knie wordt verzorgd door een complex van kniebanden. In grote lijnen zijn deze kniebanden te verdelen in kruisbanden en zijbanden van de knie. De kruisbanden lopen in het midden van de knie. Er is een voorste en een achterste kruisband. De kruisbanden zijn vooral verantwoordelijk voor de draaistabiliteit, de voorachterwaartse stabiliteit en voor de zogenaamde pivoterende stabiliteit.

De zijbanden van de knie (collateraalbanden) aan de binnen- en buitenzijde van de knie zorgen voor de zijdelingse stabiliteit.

Ziektebeelden
Alle behandelingen
Operatieve behandeling meniscusletsel
+

Bij slotklachten of bij falen van een conservatieve behandeling kan een operatie noodzakelijk zijn voor een meniscusletsel.

Dit gebeurt via een arthroscopie (kijkoperatie. Een kijkoperatie is een operatie, door 2 kleine gaatjes aan de voorzijde van de knie, waar een camera naar binnen wordt gebracht. De operatie vindt plaats in dagbehandeling.

De meniscus kan op 2 manieren worden behandeld, afhankelijk van het type scheur, de leeftijd en de mate van doorbloeding van de meniscus.

1.partiële meniscectomie: hierbij wordt het slechte stuk van de meniscus, waar het letsel zit verwijderd. Er wordt hierbij geprobeerd om zoveel mogelijk intacte meniscus te laten staan. Deze behandeling wordt gedaan als er weinig kans is op genezing, omdat de doorbloeding van de meniscus onvoldoende is.

2. meniscushechting: hierbij wordt een meniscusscheur gerepareerd door het hechten van het letsel. Deze behandeling kan alleen gedaan worden bij voldoende doorbloeding van de meniscus ter plaatse van het letsel, waardoor er ook genezing kan plaatsvinden.

De behandeling moet op maat zijn en de voors- en tegens van elk type behandeling zal per persoonlijke geval besproken worden door de orthopedisch chirurg.

Revalidatie en herstel

Het herstel is afhankelijk van het type meniscusletsel en bijkomende aandoeningen van de knie zoals artrose/kraakbeenletsel en bandenletsel.

Een paar algemene richtlijnen: na een partiële meniscectomie mag het been op geleide van de klachten worden belast, vaak met behulp van 2 krukken. Fietsen is goed voor het herstel. Verder is het van belang om ontstekingsreacties te behandelen met ontstekingsremmers, ijs ter koeling van de knie en het hoog houden van het been, waarbij het onderbeen hoger moet liggen dan het bovenbeen.  Werkhervatting lukt in de regel na 2-4 weken, afhankelijk van de belasting.

Sport mag worden hervat na 6 weken.

Na een meniscushechting mag er 3 maanden niet diep worden geknield en worden ook krukken aangeraden voor de eerste 6 weken om de knie deze tijd minder te belasten. Sport is niet verstandig totdat de knie volledig is hersteld. De tijdige herkenning en behandeling van aanvullende knieletsels zijn bepalend voor een goed herstel. Deze bijkomende letsels kunnen de revalidatieduur beïnvloeden. Fietsen is een goede activiteit die altijd wel kan en de revalidatie gunstig beïnvloedt.

Conservatieve behandeling meniscusletsel
+

Deze behandeling geldt voor een type meniscusscheur met kans op spontane genezing of bij beperkte klachten. Als de knie niet op slot springt, zoals meestal het geval is bij meniscusletsel ten gevolge van veroudering, is een conservatief beleid mogelijk. Conservatieve behandeling bestaat uit het aanpassen van activiteiten. In dit geval is het verstandig om hurkende activiteiten en sport te beperken voor een periode van 3 maanden. Fietsen is wel goed voor knie. Verder worden vaak ontstekingsremmers voorgeschreven om de steriele ontstekingsreacties te behandelen.

Bij een conservatieve behandeling, waarbij de ontstekingsreacties zoals zwelling en pijn onvoldoende worden verholpen door activiteitenaanpassing en ontstekingsremmers kan er ook een lokale ontstekingsremmer in de knie worden geïnjecteerd door de kniespecialist.  

PDF bestanden
Arthroscopie van de knie
+

Veel knieklachten zoals meniscusletsel, lokaal kraakbeenletsel of kruisbandletsel kunnen goed behandeld worden met een arthroscopie van de knie. Ook blijvende ontstekingsreactie van de knie (zwelling, warmte en pijn) kunnen redenen zijn om een arthroscopie uit te voeren.

De associatie orthopedie in Sint Trudo ziekenhuis heeft uitgebreide ervaring met de arthroscopie van de knie.

Diagnostiek

De diagnose wordt gesteld door middel van gerichte vragen en een onderzoek van de knie. Een röntgenfoto wordt gemaakt om losse botstukken of de mate van knieslijtage te beoordelen. Meniscus en kruisbanden zijn niet zichtbaar op een röntgenfoto. Vaak wordt een MRI-scan gemaakt als de diagnose niet helemaal duidelijk is middels het onderzoek en de foto. Het is belangrijk om letsels van andere delen van de knie te herkennen (zijbanden, kruisbanden) voor een optimale behandeling van het knieprobleem.

Behandeling

Voor de operatie is het belangrijk dat de knie zo goed mogelijk buigt en strekt. Soms is de hulp van een kinesitherapeut hiervoor noodzakelijk. De beste indicatie voor een artroscopie is een slotgevoel veroorzaakt door een gescheurde meniscus of een los stuk bot in de knie. Tijdens de operatie kan de meniscus in sommige gevallen worden gerepareerd, in andere gevallen moet het slechte stuk worden verwijderd. Losse botstukken kunnen ook via een artroscopie worden verwijderd uit de knie. Tijdens de kijkoperatie kunnen de mate van kraakbeenschade en bijkomende letsels worden beoordeeld. Ook een kruisband reconstructie wordt grotendeels via een arthroscopie worden uitgevoerd.

Arthroscopie: de operatie

De operatie vindt plaats onder regionale (ruggenprik) of algehele verdoving (narcose). Voordeel van de ruggenprik is dat de patiënt eventueel mee kan kijken in de knie via een extra monitor. Er worden enkele kleine sneetjes gemaakt om de camera/kijkbuisje, watertoevoer en instrumenten (tasthaakje, miniatuurschaartjes, stofzuigertje) in de knie te brengen. Er wordt ruimte in de knie gemaakt door water in de knie te laten lopen. Vervolgens kan de orthopedisch chirurg de operatie verrichten die nodig is. Na afloop wordt er een verband om de knie aangebracht. Na een kort verblijf op de recovery (uitslaapkamer) wordt de patiënt teruggebracht naar de dagbehandeling afdeling. Op de afdeling komt iemand langs om nog uitleg te geven over uw operatie evenals adviezen voor thuis. Als de verdoving helemaal is uitgewerkt mag de patiënt naar huis.

Complicaties

De kans op complicaties bij een arthroscopie is kleiner dan 1%. Complicaties kunnen zijn: bloeduitstorting, trombosebeen, infectie of restklachten van de knie.

Contact met het ziekenhuis

In de volgende gevallen dient u contact op te nemen met het ziekenhuis en de orthopedisch chirurg van wacht:

• Als de hele knie dik of rood wordt en meer pijn gaat doen

• Als u niet meer op het been kunt staan, terwijl dit tevoren goed mogelijk was

• Bij het ontstaan van koorts (>38.5º Celcius)

• Uw kuit dik, warm, rood en pijnlijk is (dat kan wijzen op een trombosebeen)

Voorste kruisband operatie
+

De voorste kruisband kan niet worden gerepareerd. Bij een voorste kruisbandreconstructie (=operatie) worden 1 of 2 pezen van uw eigen hamstringspieren gebruikt om een nieuwe voorste kruisband in de knie te maken. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat deze pezen weer aangroeien in het bovenbeen nadat ze zijn verwijderd. De kracht in de hamstringspieren is hersteld na 6 maanden. Via boorkanalen in het scheen- en dijbeen worden de pezen als dubbele streng op de juiste plaats in de knie geplaatst. Dit gebeurt via een arthroscopie.

De pezen worden vastgezet in het boven- en onderbeen en na de operatie wordt een verband om de knie aangelegd. U mag na de operatie de knie volledig buigen en strekken en lopen met 2 krukken.

Bij een forse draai instabiliteit (pivot) wordt er bijkomend ook een extra band aan de buitenzijde van de knie bevestigd. Deze zogenaamde monoloop gaat extreme draaiing van de knie tegen.

Revalidatie en herstel

Na ontslag uit het ziekenhuis is het verstandig om het been de eerste 2 weken enkele malen per dag hoog te leggen. Er kan een bloeduitstorting ontstaan door het verwijderen van de hamstringpezen uit het bovenbeen. De wondgenezing duurt 2 weken. In die periode wordt gemobiliseerd op 2 krukken. Er kan direct worden gestart met kinesitherapie. De revalidatie bij de kine vindt 3-5x per week plaats in de eerste paar maanden. De eindsituatie na operatie is bekend na 1 jaar. Fietsen kan in de regel na 3-4 weken. Draaisport (voetbal, skiën, zaalsport) is pas verstandig na 9 maanden.  

Revalidatieschema na kruisbandherstel (LINK)

De associatie Orthopedie Sint Truiden heeft veel ervaring op het gebied van kruisbandchirurgie en behandeld patiënten volgens de recentst bewezen inzichten.

Leefstijladvies bij arthrose
+

Een goed, gezond lichaamsgewicht is belangrijk. Overgewicht leidt tot overbelasting van de knie. Een diëtist kan eventueel adviseren over het volgen van een bepaald dieet.

Ondanks de slijtage van de knie is het van belang om de knie in beweging te houden. Bij tijdelijke hevige klachten kan de knie wel even worden ontzien. Echter moet geprobeerd worden om zo snel mogelijk weer te gaan bewegen. Dit moet op een verantwoorde manier, zodat de knie niet wordt overbelast. Meestal gaat fietsen of zwemmen, waarbij de knie minder gewicht hoeft te dragen beter dan wandelen.

Eventueel kan bij het gebruik van een wandelstok het lopen bevorderen. Belastende bewegingen zoals traplopen en knielen kunnen het best zoveel mogelijk worden beperkt. Patiënte merken meestal zelf welke bewegingen de knie overbelasten, doordat er na de belasting klachten ontstaan.

PDF bestanden
Kinesitherapie bij arthrose
+

Doordat de knie in een latere fase niet meer goed kan strekken kan er een mank stappatroon en doorzakken van de knie ontstaan. Een kinesist kan samen met de patiënt de activiteiten weer op een verstandige manier opbouwen. De kinesist helpt om een slecht stappatroon (mank stappen) te verhelpen en de knie weer beter te laten strekken, een kussentje onde de knie voor het slapen wordt daarom ook ontraden, omdat dan de strekbeperking alleen maar erger wordt. Fitness met zware gewichten is niet zinvol. Kinesisten kunnen middels het GLA:D programma de klachten van milde artrose leefbaar houden.

PDF bestanden
Medicatie bij arthrose
+

Als bovenstaande onvoldoende effect heeft dan zijn pijnstillende en/of ontstekingsremmende medicijnen (NSAID’s) te adviseren. Er bestaan geen medicijnen die artrose kunnen genezen of remmen.

Slijtage van de knie kunnen een steriele ontsteking in de knie veroorzaken met pijn als gevolg. Ontstekingsremmers, zoals ibuprofen, naproxen, diclofenac enz.  worden veel gebruikt bij de klachten van artrose. De werking is pijnstillend en ontstekingsremmend. Sommige mensen krijgen maagklachten bij het gebruik van deze medicijnen, waarbij er een tablet om de maag te beschermen voorgeschreven kan worden. Let op: Niet alle pijnstillers mogen in combinatie met andere geneesmiddelen gebruikt worden dus informeer hierover bij uw arts of apotheker.

Er zijn ook voedingssupplementen, zoals Glucosaminesulfaat of extract van de groenlip mossel. Het is niet bewezen dat dit artroseklachten kan verminderen maar toch hebben er veel mensen minder klachten tijdens dit gebruik. Er kan geadviseerd worden dit gedurende minstens 3 maanden te gebruiken om te kijken of u er baat bij heeft.

PDF bestanden
Injecties bij arthrose
+

Corticosteroïden: Als systemische ontstekingsremmers ook onvoldoende effect hebben kan er ook een ontstekingsremmer (corticosteroïden) lokaal in u knie worden geïnjecteerd. Deze infiltraties werken vaak veel sterker dan de orale ontstekingsmedicatie. Omdat corticosteroïden ook een nadelig effect kunnen hebben op het kraakbeen mogen deze corticosteroïden maximaal 3 tot 4 keer per jaar worden geïnjecteerd.

Hyaluronzuurinjecties: Hyaluronzuur is een bestanddeel van gezond kraakbeen. Het is mogelijk om dit in de knie te spuiten. Het effect wisselt tussen patiënten: bij de één werkt het beter dan bij de ander. De injectie kan op de raadpleging door de orthopedist worden gegeven, waarna de patiënt gewoon  kan lopen en fietsen. Hierbij geldt het principe: baat het niet, schaadt het niet. Als het middel effect heeft, kan het vaker worden herhaald. Bij ernstige slijtage is deze behandeling minder succesvol.

PDF bestanden
Standcorrectie been
+

Bij een eenzijdige (binnenzijde of buitenzijde) slijtage en een standafwijking (O-been of X-been) van het kniegewricht is het soms mogelijk om de stand van het been te veranderen (osteotomie) tot een neutrale beenas, zodat het pijnlijke gedeelte minder wordt belast. Tijdens de operatie wordt een wig gezaagd in het bot van het onderbeen (=tibiakop). De gecorrigeerde stand van het bot wordt behouden door een speciale titaniumplaat met schroeven.

De ziekenhuisopname duurt 2-3 dagen. Na de operatie wordt er direct gestart met kine voor staprevalidatie met 2 krukken. Dit is noodzakelijk voor 6 weken. Er mag gedeeltelijk op het geopereerde been steunen. Na 6 weken is het mogelijk om het been volledig te belasten.

Arthroscopie bij arthrose van de knie
+

Dit betekent “kijkoperatie” van de knie en gebeurt via 2 kleine sneetjes aan de voorzijde van de knie. De indicaties voor een kijkoperatie bij slijtage zijn beperkt. Niet zelden hebben mensen, na een kijkoperatie bij artrose, toename van de pijnklachten na de operatie. Dit dient dus met terughoudendheid te worden verricht. Redenen voor een kijkoperatie bij slijtage kunnen zijn:

- Het verwijderen van een los stuk bot of kraakbeen bij blokkadeklachten.

- Een microfracture-behandeling van een ernstig lokaal kraakbeenletsel. Deze techniek is al jaren de gouden standaard voor de behandeling van een kraakbeenletsel. Dit werkt beter naarmate de patiënt jonger is en het letsel recent is. Hierbij worden, tijdens de kijkoperatie, gaatjes geprikt in het kale bot (artroseplek). Uit de gaatjes komen beenmergcellen die een littekenkraakbeen kunnen geven. De nabehandeling is langdurig (6 weken krukken, onbelast stappen) en het eindresultaat is pas te beoordelen na 1 jaar. De resultaten van de microfracture-behandeling zijn wisselend op de lange termijn.

- Alle overige kraakbeen behandelingen zijn grotendeels experimenteel en de lange termijnresultaten moeten nog worden afgewacht.

Knieprothese
+

Bij artrose (slijtage van het kraakbeen) van de knie kan het aangetaste kraakbeen helaas niet vervangen worden door nieuw kraakbeen, wel kan het gewricht of een gedeelte van het gewricht vervangen worden door een prothese (kunstgewricht). De meest toegepaste techniek is de totale knieprothese, waarbij zowel het gedeelte van het dijbeen als het scheenbeen vervangen wordt door een metalen component waartussen een kunststof lager zit. Afhankelijk van de slijtage en andere factoren zoals bijvoorbeeld reuma, wordt ook de achterzijde van de knieschijf door een kunststof schijfje vervangen.

Dankzij de kunstknie krijgen patiënten een beter en actiever leven, waardoor ze ook weer actief aan sociale activiteiten en arbeid kunnen deelnemen. Meer dan 90 % van de patiënten met een totale knie prothese zal na de operatie de pijn kwijt zijn en een verbeterde beweeglijkheid van de knie ervaren. De kunstheup wordt weliswaar beschouwd als een van de meest, zo niet de meest succesvolle operatie van de laatste 50 jaar, echter de totale knieprothese heeft een inhaalslag gemaakt de laatste jaren, mede door verbeterde prothesen en betere technieken om de prothese te plaatsen. Zo heeft de kunstknie en heeft inmiddels het succes van de kunstheup benaderd. In de nabije toekomst zullen dan ook meer knieprotheses dan heupprotheses worden geïmplanteerd. Wereldwijd wordt er 85% tevredenheid van patiënten na plaatsing van een knieprothese aangetoond. Dit geeft ook aan dat 15% niet zo tevreden is. Vaak is dit omdat de knieprothese niet voldoet aan de verwachtingen die de patiënt  voor de operatie had. Belangrijk hierbij is vooral de indicatiestelling, tijdstip van operatie, goede uitleg en vooral realistische verwachtingen.

Totale knieprothese of gedeeltelijke prothese?

De meest gebruikte prothese is de totale knieprothese, die het geheel van kraakbeen van dijbeen en scheenbeen vervangt.

Wanneer alleen de binnen- of buitenzijde van de knie aangedaan is met verder nog goede banden, kan er besloten worden om een alleen dit gedeelte van de knie te vervangen met een halve knieprothese (ook wel hemi knieprothese of unicondylaire prothese genoemd).

Ook als alleen het kraakbeen van het gewricht tussen de knieschijf en het dijbeen aangedaan kan er gekozen worden om alleen dit gedeelte te vervangen met een zo genaamde patello-femorale prothese.

Techniek voor plaatsing van een knieprothese

De kniechirurgen van de associatie orthopedie in het Sint Trudo ziekenhuis gebruiken 3 verschillende technieken om een knieprothese te plaatsen.

Techniek 1

Traditioneel wordt het kraakbeen weg gezaagd van het dijbeen en het scheenbeen met behulp van een staaf die in of buiten de schacht van het bot wordt geplaatst, waarmee de knie handmatig kan worden uitgelijnd. Na het uitlijnen van de knie worden de zaagvlakken bepaald met behulp van richtinstrumenten en zaagblokken. Deze techniek is wereldwijd de meest gebruikte techniek en toont zeer goede resultaten aan.

Techniek 2

Sinds 2008 is het mogelijk om patiënt specifieke zaagmallen vóór de operatie te laten maken op basis van een scan die dan tijdens de operatie worden gebruikt om het kraakbeen weg te zagen. Op basis van deze zaagvlakken wordt te prothese dan geplaatst.

In de volksmond wordt dit dan "een prothese op maat" genoemd. Dit is niet correct, omdat eenzelfde prothese wordt geplaatst als bij de andere methoden, maar de mallen om de zaagvlakken te maken worden op maat gemaakt. Mede gezien de productiekosten bestaat een prothese op maat momenteel nog niet. De associatie orthopedie van Sint-Trudo ziekenhuis is één van de pioniers geweest van deze techniek.

Techniek 3

Sinds 2018 gebruiken we in Sint Trudo ook een robot geassisteerde techniek om het kraakbeen weg te zagen. Hierbij worden 2 pinnen in het dijbeen en 2 pinnen in het scheenbeen geplaatst, waarmee de robot kan uitlezen hoe de zaagvlakken moeten worden uitgevoerd, waarop de prothese zal worden geplaatst.

Ondanks dat de nieuwere technieken heel sterk gepromoot worden door technische bedrijven en orthopedisten blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat al deze methoden gelijkwaardig zijn aan elkaar wat betreft patiënttevredenheid na het plaatsen van een knieprothese.

Elke methode heeft zijn eigen voor- en nadelen en afhankelijk van de patiënt kan een van deze technieken worden toegepast.

De kniespecialisten van de associatie orthopedie in het Sint-Trudo ziekenhuis hebben ruime ervaring met al deze technieken en gebruiken per patiënt specifiek de juiste methode om een optimaal resultaat te behalen,zonder beïnvloed te zijn door de promotie vanuit technische bedrijven.

In tegenstelling tot de eerdere technieken is deze laatste techniek (robot-geassisteerd) momenteel nog in fase 3 klinische onderzoek, waarbij de klinische resultaten nog moeten bevestigd worden. Deze robot geassisteerde techniek wordt door de associatie orthopedie Sint- Trudo dan ook alleen gebruikt in specifieke gevallen als de indicatie aansluit op de techniek.

Uit ervaring blijkt dat de resultaten bij deze 3 technieken gelijkwaardig zijn naar tevredenheid van de patiënt. De voornaamste factoren naar eindresultaat, zijn vooral de indicatiestelling, verwachtingsmanagement en de zorgen voor en na de operatie met een goed pijnbeleid en revalidatie.

Vandaar dat Dr. Janssen en Dr. Mievis nu binnen het ziekenhuis een rapid recovery programma ontwikkelen waarbij er gestreefd wordt naar maximale zorg rondom het plaatsen van een knieprothese.

Wanneer is een knieprothese verstandig?

Wanneer ondanks alle andere behandelingen voor artrose er veel pijn en functiebeperking blijft bestaand, kan een knieprothese een goede oplossing zijn. Een graadmeter voor de ernst van pijn die een knie prothese verantwoordt, is pijn 's nachts en een loopafstand korter dan 10 minuten.

Hoe lang gaat een knieprothese mee?

De levensduur van een knieprothese varieert heel erg en is afhankelijk van meerdere factoren zoals het lichaamsgewicht, de activiteitsgraad en eventuele trauma’s. De prothese is bedoeld voor dagelijks gebruik. Een overbelasting door bepaalde sporten en overgewicht verkort de levensduur van de prothese. Als een knieprothese los gaat zitten of is versleten, kan een revisie totale knieprothese worden overwogen.

Hoe lang duurt een ziekenhuisopname voor een knieprothese?

In tegenstelling tot jaren geleden waarbij patiënten enkele weken in het ziekenhuis verbleven na een prothese van de knie is het tegenwoordig de bedoeling om na een knieprothese zo snel mogelijk in de eigen thuisomgeving of een omgeving die beter is ingericht voor revalidatie, verder te revalideren. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat dit leidt tot een beter voorspelbaar en sneller herstel na een knieprothese. U kunt de dag van de operatie in principe al stappen door de kamer met hulp van de kinesist. Er wordt gestreefd om na 3 dagen met ontslag te gaan

Hoe kan het herstel na een knieprothese worden bevorderd?

Een goede kniefunctie (strekken en buigen van de knie) vóór de operatie bevordert het herstel na de operatie. Fietsen en strekoefeningen zijn hierbij zinvol. Na de operatie gaat het herstelt sneller als de strekking van de knie goed wordt geoefend en er veel aandacht wordt besteed aan de manier van stappen (een symmetrisch stap patroon). Dit zal onder begeleiding gaan van een kinesist. Een knieprothese operatie vergt een actieve inzet met veel oefenen. De revalidatie na een knieprothese is de gulden middenweg zoeken: niets doen is niet goed, maar teveel doen is ook niet goed! Geduld is ook belangrijk. De knie geeft zelf aan als er teveel is gedaan en de knie overbelast raakt. Een jaar na de operatie is de eindsituatie bereikt.

Bepaalde factoren zoals de conditionele toestand van de patiënt, de psychische toestand van de patiënt, nevenaandoeningen en medicatiegebruik kan het revalidatieproces na een knieprothese beïnvloeden. Het is dan ook van belang deze factoren rondom de operatie te optimaliseren.

Kan men met een knieprothese sporten?

Een knieprothese is een “kunstknie”. Een knieprothese is gemaakt van speciale materialen die in de loop van de jaren wel kunnen slijten. Een knieprothese is bedoeld voor dagelijks gebruik, waarbij sporten als fietsen, wandelen en golf mogelijk zijn en zijn toegestaan. De levensduur van een knieprothese blijkt korter als mensen de knie fors belasten bij hardlopende of springende sporten (zoals hardlopen, zaalsporten, skiën en contactsporten). Naast dat deze zwaar belastende sporten vaak niet mogelijk zijn worden deze sporten ook niet geadviseerd om de levensduur van de prothese optimaal te houden.

Heeft een knieprothese ook beperkingen?

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de juiste verwachtingen belangrijk zijn voor de mate van tevredenheid na een knieprothese operatie. Negentig procent van de mensen heeft na een operatie geen artrosepijn meer. De mate van beweeglijkheid van de knie is, na een knieprothese, afhankelijk van uw eigen spieren. Knielen en hurken kunnen de meeste mensen na een knieprothese moeilijker. Een goede kniefunctie vóór de operatie leidt tot een betere beweeglijkheid van de knie na een kunstknie operatie. Het litteken van de operatie leidt tot een verminderd gevoel van de oppervlakkige huid aan de buitenzijde van de knie. Dit kan geen kwaad en heeft geen gevolgen voor de beweeglijkheid of functie van het been.

Mogelijke complicaties van de operatie

Wondinfectie

De kans op een infectie na het plaatsen van een knieprothese wordt ingeschat op 2 tot 4%. Twee tot 4 van de honderd geopereerde patiënten krijgt hier dus mee te maken. Wel is het zo dat individuele omstandigheden dit percentage kunnen beïnvloeden. Over het algemeen kunnen wondinfecties na  5-14 dagen na de ingreep zichtbaar zijn, soms later. Wondinfecties zijn zichtbaar door roodheid van de wond, pijn aan de wond en door temperatuursverhoging. Zo nodig wordt aanvullend onderzoek verricht, bijv. door het afnemen van bloed. Behandeling kan bestaan uit rust, observatie van de wond, toediening van antibiotica en soms zelfs een heroperatie. Hiermee wordt een infectie van de prothese geprobeerd te voorkomen.  

Als in de thuissituatie meer roodheid, een forse toename van pijn optreedt of u ziek/koortsig wordt, moet u contact opnemen met de het secretariaat Orthopedie. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de orthopedist van wacht.  

Het starten van antibiotica zonder gedegen onderzoek (oa. punctie van de knie) wordt zeer sterk afgeraden en kan de behandeling zeer nadelig beïnvloeden.

Nabloeding

De eerste 24 uur is de kans het grootst dat de wond nabloedt. Een drukverband is voor de eerste dagen al aangelegd. Bij veel bloedverlies of een nabloeding is soms een bloedtransfusie nodig om het tekort aan te vullen. Een tweede operatie is zelden noodzakelijk.

Trombosebeen

Alle patiënten die een knieoperatie ondergingen, hebben een kans op een trombosebeen. Hierbij ontstaat een bloedpropje in een van de beenaders. Het been wordt dan dik, pijnlijk en rood. Om dit te voorkomen krijgen patiëmtem vanaf de operatie bloedverdunnende medicijnen (injecties met Fraxiparine), tot 6 weken na de operatie. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat extra compressiesokken hierbij geen toegevoegde waarde hebben.

Loslating

Knieprothesen hebben een beperkte levensduur en kunnen na 15-20 jaar door bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld een infectie of slijtage van de prothese) loslaten. In sommige gevallen gebeurt het ook eerder. Een nieuwe operatie is dan meestal noodzakelijk. Zeker 9 van de 10 patiënten hebben echter minimaal 10 jaar plezier van hun prothese.

Eén van de redenen van vervroegde loslating kan ook zijn dat er een sluimerende infectie aan ten grondslag ligt. Dit is een infectie die zich niet direct presenteert met heftige infectie symptomen, maar alleen met loslating van de prothese. Om een vroege loslating bij een eventuele revisie van de knieprothese, moet deze oorzaak dan ook steeds worden uitgesloten.

Verstijving

Soms maken patiënten heel sterk littekenweefsel aan binnen in de knie, waardoor de knie een forse functiebeperking blijft houden. Hierdoor kan het revalidatieproces fors worden vertraagd. In de meeste gevallen kan door intensiveren van de oefeningen met de kine en thuis uiteindelijk toch een goed resultaat worden verkregen. In uitzonderlijke gevallen kan er echter toch nood zijn om de knie te mobiliseren op de operatiekamer onder narcose .

Wanneer moet u contact opnemen met ons?

• Als u spontaan heel veel pijn krijgt;

• Als er ontstekingen rondom de wond of het litteken ontstaan;

• Bij koorts (>38,5gr C°).